Stille kracht
A.S
Valt er nog wat te twisten hier?
In plaats van vrede
Rebel
Nationaaltje


‘Hoi’, zeg ik tegen de vrouw. Ze loopt me tegemoet, arm in arm met een goedmoedig ogende man. ‘Hoi’, zegt de vrouw met enige terughoudendheid. ‘Waar kennen we elkaar ook alweer van?’, vraag ik. Ze lijkt me het type met wie ik in vergane tijden op de cursus ‘helende kracht van Afrikaans trommelen’ gezeten heb. ‘Jij kent mij wel, maar ik ken jou niet’, antwoordt ze direct. ‘Oh’, zeg ik enigszins verontwaardigd, meestal is dit namelijk omgekeerd, ‘wie ben je dan?’
‘Boer zoekt vrouw’, zegt ze kort en krachtig. Ik zie haar onmiddellijk voor me. Ze roert zorgelijk in een grote pan soep in een nogal gereformeerd ingerichte keuken. Dat was het vorige seizoen.
‘Hoe is het nu?’, vraag ik brutaal, omdat mijn nieuwsgierigheid nu eenmaal ontembaar is.
Ze zwijgt nogal moedwillig, duidelijk lijdend aan een overdosis landelijke bekendheid, en trekt de man iets dichter naar zich toe. ‘Geen boer, maar een buschauffeur!’ redt hij haar. ‘Ook leuk’, antwoord ik onhandig en loop door.
Ik kom er openlijk voor uit: Ik ben een begenadigd ‘boer zoekt vrouw’-fan! Het is de reden dat ik mijn draagbare campingtelevisie ingeruild heb voor een modernere variant.
Men vindt zelfs dat ik mee moet doen. ‘Echt iets voor jou, een boer!’ zeggen ze dan. Alsof het hebben van een regionaal accent garant staat voor liefde voor de landbouwer!? ‘Maar je houdt zo toch van beesten, bladgroente en buitenlucht!?’ is dan hun wederwoord. ‘Je trouwt niet met een boer omdat je geiten grappig vindt,’ luidt mijn overtuiging. ‘Als kind wilde ik trouwen met een Chinees, omdat ik dol was op droge rijst. Dat stadium ben ik nu ontgroeid.’
Meedoen aan ‘boer zoekt vrouw’ lijkt me een ramp. Als ik verliefd ben, word ik een soort mislukte kruising tussen een giechelende gans en een schuchter schoothondje. Van dat gedrag maak ik liever geen 3,5 miljoen kijkers deelgenoot.
Daarnaast zou ik met mijn recept voor kikkererwtenballetjes, mijn Bulgaarse zang en mijn mededogen met diepvrieskippen zeker een frisse toon kunnen zetten in Witmargum en Tserkstradeel, maar het zou me geen blijvende boer opleveren.
Dus vooralsnog zit ik zondags veilig voor de buis, en zie zuchtend toe hoe mannen en vrouwen totaal verblind baggeren, ploeteren en sloven in hun eigen roze wolk, de appelflauwte krijgen en hulpeloos ten prooi vallen voor elkaar. Raar dat je dan toch soms denkt: dat zou ik ook wel willen!