Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


De trein vertrok niet. Een man had een epileptische aanval gekregen. Niemand wist wat ie moest doen. Twee conducteurs stonden toe te kijken hoe de man met z’n hoofd tegen het raam bonkte. ‘Weet jij wat te doen?’ vroeg de een. ‘Nee’, antwoordde de ander. ‘Hallo’, riep de één, ‘hoe gaat het?’ ‘Wat is uw naam?’, vroeg de ander. Ik vond het een rare vraag, alsof de man even uit z’n aanval zou stappen, ‘Henk’ zou zeggen, en vervolgens vrolijk door zou bonken. Hij hoefde zijn treinkaartje gelukkig niet te laten zien. Toen liepen ze weg. Een vrouw had haar jas als buffer tussen het raam en het hoofd van de man gezet. Dat hielp, de bonk werd doffer.
Ik wist ook niet, wat ik moest doen. Ik heb wel ooit een workshop EHBO gehad en ik wist nog iets van de stabiele zijligging. Maar ik had niet het idee dat het iets met epilepsie te maken had.
Ook heb ik een zwakbegaafde man met epilepsie gekend die een briefje bij zich droeg met de boodschap. ‘Ik heb epilepsie, bij een aanval: raak mij niet aan, ik word agressief!’ Dat was ook zo! Hij had ooit in de C1000, toen hij stond te kopiëren, een epileptische aanval gekregen en in al zijn spasme de klep van het apparaat gerukt. Het personeel, in de veronderstelling dat het om een vandalistische actie ging, had ‘m opgepakt en meegenomen naar achter. Toen is ie compleet door het lint gegaan. De politie werd gehaald. Achteraf was ie heel verdrietig. ‘Ze moeten me ook niet aanraken, als ik een aanval heb, dat staat toch op m’n briefje!’ Dat mensen van de C1000 nooit op zoek gaan naar eventuele waarschuwingsbriefjes begreep hij niet.
In de trein klonk een oproepbericht: ‘Is er iemand aanwezig met medische kennis?’ Even later kwamen de conducteurs terug met een jong meisje, dat vertelde: ‘Ik volg de opleiding apothekersassistente, je kunt het beste 112 bellen.’
Boven het gebonk van de man klonk een hoge vrouwenstem: ‘We staan stil, iemand heeft een soort autistische aanval gekregen, maar ik wou even zeggen, haal die kipnuggets maar even uit de diepvries!’
De man kwam weer een beetje terug bij z’n normale bewustzijn. ‘Er staat een ambulance voor u klaar!’ sprak de conducteur. De man keek verward om zich heen. Het was even stil. Toen zei hij: ‘Maar ik moet naar Eindhoven!’