Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Vanochtend nam ik mijn pen om met enige koudwatervrees de allereerste column voor dit nieuwe seizoen te schrijven. Inmiddels valt de avond en ben ik slechts acht boterhammen, één pak chocoladekoekjes, een bord bloemkoolsoep, vijf telefoongesprekken, twee Bornse kruidenbittertjes, twaalf ommetjes, een hard hoofd en twintig diepe zuchten verder. Het enige dat ik uit volle borst geschreven heb, is: ‘Ik wil een busje!’ Daarmee bedoel ik zo’n rood dieseltje met gebloemde gordijntjes en een heus houten inbouwkeukentje. Je hoeft er maar benzine in te gieten, de motor te starten en de wereld is voor jou.
Ik snap deze enigszins vrijgevochten busjeswens. Een paar dagen geleden zwierf ik nog door Roemenië. Dat gaat je niet in je koude kleren zitten. Zonder gids en metgezel, maar met open blik en accordeon trok ik door het pittoreske platteland. Voor tandenloze oude vrouwtjes speelde ik Franse walsjes uit m’n hart. Ik heb er zonder woorden, menig glaasje Palinka 60% aangeboden gekregen. Met een stel handen en een goed ontwikkelde gezichtsmimiek kom je ver in deze wereld. De taal van de glimlach en de groet is immers universeel. Ik hoefde maar een hand uit te steken naar een bus, en ik werd meegenomen. Halte of geen halte. De mensen waren zoals mensen misschien werkelijk zouden moeten zijn; openlijk onvolmaakt met hier en daar een houten been. En overal liepen kippen.
Ik moet weer zo wennen aan Nederland. Iedereen heeft een goed gebit, een verzonnen imago en een Iphone. En kippen zitten kakelend, opeengestapeld in kleine kratjes, klaar voor de slacht. En als je in de bus heel hard roept: ‘Zet me er hier maar uit!’, rijdt de chauffeur toch door tot aan de volgende halte. En voor spontane Franse walsjes hebben zelfs oude vrouwtjes geen tijd.
Ik wil een busje. In busjes kun je mijmeren en heel hard en heel raar zingen. In busjes kun je ramen openzetten om voor altijd de wind te voelen waaien. Met busjes kun je naar pruimenbomen rijden om deze helemaal kaal te plukken omwille van de jam. Busjes kun je ‘s nachts onder een open sterrenhemel parkeren.
Ik wil een busje. Van je holadijee! En iedereen mag mee. We zetten vrolijke muziek aan. We zien wel waar we heengaan! Het gaat niet om het doel. En de boel laten we de boel.
Ik wil een busje! Het is een roep. Het zijn misschien de laatste naweeën van een verloren vakantiegevoel.