Conferences op maat
Gebundelde columns te koop
Nathalie Baartman met krulstaart


Ik heb een totaalervaring gehad in een toiletgebouw. Het stond daar met z’n geveltje van houten planken vol groene aanslag. Hij deed enigszins Oostenrijks aan. Hij was volkomen symmetrisch met aan weerszijden wasbakken en in het midden kwam z’n functie in kleine, afzonderlijke afsluitbare hokjes tot z’n recht.
Ik kan niks anders doen dan binnentreden. Ik open een donkergroen, houten deurtje en sluit deze met het schuifslotje af. Daar sta ik met hem. Hier en daar hangen ragfijne webjes die zich laten meebewegen door de bries van buiten. In en uit, zoals mijn adem samenvalt met het zacht heen en weer gaan van het rolletje papier aan het metalen rekje aan de groene deur.
Middenin het hokje pronkt de ware functie van het gebouw in smetteloos, wit aardewerk, van bovenop afgeschermd door een zwarte, verhefbare rand, ook wel bril genoemd. Deze naam komt me ineens ongepast voor. Ik voel me bekeken. Maar dat mag niet verhinderen, dat de geur van oude urine een groot verlangen aanwakkert.
Als vanzelf beweeg ik mijn neus naar de holle ruimte in de maagdelijk, witte pot. Een intense geur van volwassen pis dringt mijn neusporiën binnen. Ik walg. Ik krijg neigingen om het witte porselein deelgenoot te laten zijn van mijn maaginhoud. Maar ik weet zeker dat ik nu door moet gaan. Ik weet, dat ik nu de scheidslijn tussen smeer en schoonheid, tussen goed en kwaad, man en vrouw moet opheffen, en dat ik mij moet overgeven aan dit totale moment. Tao op ’t toilet. Elke verlichte geest is een lijdensweg gegaan. En na regen komt zonneschijn.
Mijn hoofd hangt nu volledig in de pot. Ik laat de volwassen pislucht tot mij komen. Het is de geur van eeuwigheid. Pis dat besloten heeft voor altijd te geuren. Ik kom omhoog. Ik duizel licht, draai me om en vanzelf laat ik mijn broek en mijzelf zakken tot op de bril. De kou doet mijn billen trillen.
En dan ineens laat ik los. Echt los. Volkomen los. Het spuit mijn blaas uit. Ik schiet omhoog. Ik trek door. Water stroomt op weg naar het riool. Ik volg het geluid. Tranen komen los. Ik schreeuw: ‘Ik wil meegenomen worden door het robuuste buizenstelsel onder de grond. Totale overgave aan het riool. Halleluja. En ook roep ik nog zoiets als: ‘Alles draait om liefde!’
Dan neem ik een velletje papier. Ik veeg de tranen, de laatste druppels van mijn onderlijf, vouw het op en stop het in mijn achterzak voor thuis in het plakboek van totaalervaringen. Volledig gelouterd loop ik naar huis.