Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


‘Mooie panty’s heb je!’ zegt het oude dametje. Ze zit aan de lange leestafel in het koffietentje en bekijkt aandachtig mijn bont gekleurde benen. ‘Het lijken wel glas in loodramen.’ Ik lach erom: ‘U ziet er ook mooi uit.’ En dat meen ik. Ze draagt een bruin vestje met geborduurde bloemen. Haar lippen zijn zorgvuldig gestift. Je bent immers nooit te oud om mooi te willen zijn.
Ondertussen overweeg ik of ik de stoel naast haar zal nemen. De kans is groot dat er een gesprekje tussen ons zal ontstaan. Daar moet je zin in hebben. Ik ben eigenlijk gekomen om het ochtendnieuws grondig door te nemen. Toch intrigeert het oude dametje me meer dan de Europese verkiezingen.
Als ik zit, richt het dametje zich direct tot me. ‘Ik heb mijn eigen gebit nog’, zegt ze trots en ontbloot haar tanden. Een prachtige reeks is het niet meer. Maar de schaamteloosheid waarmee ze me een inkijkje in haar mondholte geeft, fascineert me. Zoiets zouden de serveersters hier nooit doen. De jeugd heeft de taak om de schone schijn hoog te houden. Bultjes, buikjes en andere fysieke onhebbelijkheden worden mededogenloos onttrokken aan het algemene zicht. Alleen de oudere mens durft z’n gebreken grif te grabbel te gooien. Met de dood in het nabije vooruitzicht valt er nog weinig te verliezen. Wat een verademing moet dat zijn.
‘Ik ben eenennegentig jaar en veertig centimeter gekrompen’, vervolgt ze. ‘Ik ben helemaal kromgetrokken, kijk maar!’ Ze toont me haar bochel. Alhoewel ik hoop
dat ik er nooit zelf eentje ontwikkel, vind ik ze bij anderen altijd wel geinig staan.
‘Ik verzorg mezelf goed’, gaat ze door. Hiervan raak ik niet onder de indruk. Ik ben opgegroeid met shampoo en stromend kraanwater. Een goede verzorging is voor mij een vanzelfsprekendheid. Voor haar blijkbaar een verworvenheid. ‘Tien jaar geleden ben ik aan mijn heupen geopereerd,’ vertelt ze. Uitgebreid zet ze de medische geschiedenis van haar pijnklachten uiteen. Ik merk dat mijn aandacht langzaamaan verslapt. Aan luisteren met een half oor hebben beide partijen geen baat, dus ik grijp in. ‘Nu ga ik even mijn krantje lezen, mevrouw!’
Even later loopt een serveerster voorbij. Het oude dametje pakt haar beet en knijpt lieftallig doch veelvuldig in haar blote armen. ‘Mag ik niet betalen?’ vraagt ze. ‘Het geld ligt thuis.’ ‘Nou vooruit’, antwoordt het meisje. Ik gniffel. Nog zestig jaartjes slapen, dan mag ik dat ook.