Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Het leuke aan Nederland vind ik, dat er voor alles wel een telefoonnummer is. Er bestaat een huidinfolijn, waar je waarschijnlijk naar toe kunt bellen als je een pukkel hebt. Zo is er ook een telefonische hulpdienst voor agrariërs. Boer zoekt hulp. En als je salami plots groen uitslaat, kan je bellen naar de keuringsdienst van waren. Deze telefoonnummers geven een soort idee van veiligheid. Het is prettig om te weten, dat wat er ook gebeurd: de alcoholinfolijn is 24 uur per dag bereikbaar.
Deze week kom ik op een nacht thuis, blijkt de stroom ‘het niet te doen’. Geen lamp wil branden. En de rode cijfers op de digitale wekker zijn verdwenen. Op zich vind ik het ontbreken van elektriciteit voor een nachtje niet erg. Zolang ik mijn tanden maar kan poetsen voor het slapengaan ben ik een tevreden mens. Alleen in het geval van gas,- en electra-problemen heb ik de angst dat er plotseling iets kan ontploffen! Gelukkig hangt er op de meterkast een sticker met een 0800-telefoonnummer. Een opgewekte stem spreekt mij toe: ‘Welkom bij het Nationaal Storingsnummer voor Gas en Stroom!’ Ze hebben er duidelijk zin in. Na het keuzemenu word ik verbonden met een zekere Harald.
‘Hallo…..met Nathalie….ik heb geen stroom.’ Harald begint met het stellen van heel ingewikkelde vragen.‘Als u de testknop indrukt, schiet uw aardlekschakelaar dan omhoog?’ Ik antwoord beduusd: ‘Hij kan alleen maar heen en weer!’
Misschien zijn m’n stoppen gesprongen.’, stel ik voorzichtig voor, ‘ze zijn namelijk allemaal rood!’ ‘Rood!’, roept Harald verbaasd uit. ‘Nou, niet helemaal rood, ze hebben een rode stip op hun achterkant.’ ( Soms zou ik willen dat ik op sommige gebieden een iets breder scala aan vaktermen bezat.) Volgens Harald hoort die stip daar. Het blijkt dat hij telefonisch niets voor me kan doen. ‘Belt u morgenvroeg maar even terug, dan sturen we een monteur.’, besluit hij het gesprek. ‘Hebt u verder nog vragen?’
Even ben ik stil. Ik krijg het haast niet over m’n lippen. Maar ik moet het weten. Dan zeg ik het: ‘Kan er nu vannacht niets ontploffen?’ Ook Harald is even stil. Ontploffen?, vraagt hij dan. ‘Wat zou er kunnen ontploffen, mevrouw.’ ‘M’n meterkast?’zeg ik schuchter. ‘Nee’, antwoordt hij lachend, ‘wees maar niet bang, er gebeurt niets.’
Ik haal opgelucht adem. Dat had ik even nodig voor het slapengaan.