Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Tijdens het wachten voor een rood stoplicht keek ik naar de agent in de politiewagen rechts van me. Hij had zojuist een banaan gepeld en stond op het punt een eerste hap te nemen. Een maagdelijk moment. Aandoenlijk vond ik dat. Agent met fruithapje. Mannen die een banaan eten, stralen een soort onschuld uit. Alsof de kromme, gele vrucht hen iets van hun potentie ontneemt. Ik weet niet waarom ik dat vind. Misschien ligt het aan het hoge prakgehalte van de banaan. Een banaan is geen ferm stuk fruit. Zuigelingen eten het ook. Een appel, daarentegen, heeft letterlijk en figuurlijk meer pit. Daar kan je tenminste nog eens flink je tanden in zetten.
De agent merkte dat ik hem bekeek. Grappig is dat. Het valt me vaker op dat bestuurders in een reflex hun hoofd omdraaien als je hun kant opkijkt. Blijkbaar is het voelbaar.
Zodoende troffen onze blikken elkaar. Goedmoedig stak ik mijn duim omhoog. Alsof ik zeggen wilde: ‘Ga zo door, jongen! Beter één banaan in je hand dan tien schoten in de lucht. De politieman keek eerst vragend naar z’n banaan en toen schouderophalend naar mij. Hij snapte het niet.
Ik wilde ‘m duidelijk maken; ‘Het staat je zo menselijk, die banaan.’ Maar ik wist niet hoe en glimlachte daarom maar wat schaapachtig zijn kant op.
Het stoplicht sprong op groen. De agent, duidelijk niet gediend van dit soort interacties met vrouwen en bananen, gaf vol gas en reed weg. Even later loeiden z’n zwaailichten.
En ik had ineens spijt. Intense spijt. Waarom altijd kietelen aan autoriteit, Nathalie? Waarom altijd mensen van hun functionele kleed willen ontdoen? Een burger steekt geen duim uit naar een agent die een banaan eet. Dat valt onder de categorie ‘belediging’. Een duim voor een banaan geven is minstens zo ernstig als een middelvinger opsteken. De politie knokt in deze vrijgevochten samenleving al zo hard voor een stukje vanzelfsprekend respect. Kijk maar naar de gebeurtenissen in Hoek van Holland.
Misschien was hij wel op weg naar de plaats van misdrijf en had het banaantje gediend als een laatste energiestoot om straks z’n mannetje te kunnen staan. Misschien had ik hem compleet van zijn voetstuk afgeschopt. Misschien liep hij nu wel rond met de kwellende gedachte: ‘Blauw pakkie, klein pikkie.
Ik wist het zeker. Straks durven agenten alleen nog maar mandarijntjes te eten in het openbaar. En dat kwam dan allemaal door mij. Zucht.