Stille kracht
A.S
Valt er nog wat te twisten hier?
In plaats van vrede
Rebel
Nationaaltje


Met mijn neefje van drie loop ik op de Oosterse bazaar in Beverwijk. Het is alsof we samen op safari zijn in Marokko. We eten verse vijgen en knoflookolijven, kijken naar natte wijnbladeren, en turen ademloos naar bloederige schapenpoten. We zijn één van de weinige ‘niet nieuwe Nederlanders’.
Dan blijft mijn neefje ineens staan bij een marktkraampje vol vlaggetjes. Ze staan te koop. De hele Arabische wereld is er in gekleurde strepen en vlakken vertegenwoordigd. Het kleine mannetje bekijkt aandachtig de verschillende soorten en vraagt: ’Mag ik die?’ Hij wijst naar een rode vlag met daarop een witte halve maan en een klein sterretje. Het is de Turkse. ‘Leuk’, denk ik: blond jongetje draagt Ottomaanse vlag.
Toch wijs ik hem nog op een andere. ‘Dit is de Nederlandse,’ zeg ik. ‘Dan wil ik die, roept hij direct, ‘ik wil de Nederlandse. Net als Sinterklaas.’
Oh nee, denk ik, niet die!? Bij de Nederlandse vlag denk ik namelijk aan TON en Rita Verdonk. En als ik aan Rita Verdonk denk, krijg ik de neiging om met de Marokkaanse vlag te gaan wapperen. ‘Neem toch de Turkse, die heeft een mooi maantje,’ probeer ik hem nogal manipulatief te overtuigen.
‘Nee, ik wil die!’ zegt hij en wijst naar een groen exemplaar met witte letters en daaronder een zwaard. Volgens de verkoper is het de Saoedische vlag en staan de Arabische letters voor: God is Groot. ‘Die krijg je niet!’ zeg ik. Dat gaat me te ver. Ik laat de arme peuter niet met een Islamitische promotievlag voor Allah rondlopen.
Toch vind ik al mijn eigen politieke bemoeienissen niet goed. Laat het kind toch geheel onschuldig zijn eigen favoriete vlag uitzoeken! spreek ik mezelf vermanend
toe. Ik til hem tenslotte op en vraag: ‘Welke wil je?’ Zonder aarzeling grijpt hij de Nederlandse. Het stelt me ergens gerust. Het ventje is ieder geval geen landverrader.
Onze tocht langs de Arabische kraampjes gaat verder. Mijn neefje loopt voorop, vrolijk zwaaiend met z’n nieuwe Nederlandse aanwinst. Hij zingt nog net niet het Wilhelmus. Ik sjok er enigszins opgelaten achteraan en wil het liefst tegen elke voorbijganger zeggen: ‘Vergeef het hem. Hij is nog maar drie. Hij bedoelt het niet provocerend. En: ‘Beste mensen, ik ben echt niet bezig met het kweken van kleine, blonde Geertjes.’
Maar niemand hier denkt aan Wilders of aan de islam. Ze drinken thee en eten schaap. En iedereen lacht naar mijn neefje