Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Het is allemaal ooit begonnen bij mijn leraar economie. Z’n schoenen glommen. Hij had een echt kapsel (in tegenstelling tot de leraren natuurkunde en scheikunde). Uit z’n truien staken witte boordjes. En het belangrijkste: hij flirtte met de blondste meisjes uit de klas. Ik rook onraad. Aldus, de basis van mijn wantrouwen jegens het fenomeen ‘economie’ werd destijds op de middelbare school gelegd.
Tijdens mijn studententijd kon dit wantrouwen groeien. Ik wilde het bestaan van de scheve, economische verhoudingen tussen het Westen en de rest van de wereld begrijpen. Op een dag stond ik midden in de collegezaal ineens op en doorbrak de lezing met de vraag: ‘Waarom heeft u het telkens over winst, als u spreekt over economie?’ Als het gaat om de verdeling en productie van schaarse goederen en diensten, hoeft er toch niet a priori winst gemaakt te worden! Zijn er geen andere economische modellen mogelijk?
De docent gaf me de indruk dat ik leed aan extreme naïviteit, wereldvreemdheid en een sullige variant van het leninisme, en gaf me een pinnig antwoord in de trant van: ‘Aan winst wordt niet getornd!’ Vanaf dat moment zag ik de college’s economie als één grote indoctrinatieleer van het kapitalisme. Ik besloot niet meer te gaan en heel links te worden met wollen vesten, biologische haverkoeken en demonstraties (zie Rita Verdonk).
Inmiddels is mijn extremisme getemperd en heb ik een eigen winstgevend bedrijf, dat ‘cabaret’ heet bij de belastingsdienst. Maar mijn wantrouwen groeit nog steeds. De huidige kredietcrisis die zo welig door de Verenigde Staten tiert, is hier zeker debet aan. Van begrippen als shareholding, aandeleninkoop, noodcrediet en koersdaling word ik niet vrolijker. Integendeel, ik word razend. Er zijn dus blijkbaar mannetjes op de wereld die de macht op de verdeling en productie van dat wat de aarde de mens te bieden heeft, tot zich hebben genomen om er vervolgens een totaal onoverzichtelijk potje van te maken!? Meestal hebben dingen een oorzaak en een gevolg. Maar de kredietcrisis was er ineens. En niemand weet wat ie moet doen. We staan erbij en we kijken ernaar.
De economie is onbetrouwbaar. Nu laten we met alle gemak een pizza artisjokken bezorgen. Binnenkort staan we met ingevallen wangen en holle ogen in een lange rij te wachten op een portie soep uit de gaarkeuken van de voedselbank.
Dan rest ons slechts de troost. Samen wachten op hete soep. Dat is best knus eigenlijk!