Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Die ene lumineuze kerstgedachte voor de allerlaatste column van 2009 valt me net niet te binnen. Vorig jaar geloofde ik nog in de zoete zaligheid. Inmiddels ben ik toch wat realistischer geworden.
Ik zit in de Coffee & Company aan de lange leestafel. Met de pen in mijn mond kijk ik naar de eerste sneeuwvlokken van deze winter. Altijd weer bijzonder als het buiten wit wordt. Ik stuur een smsje naar een vriend in Bangkok. Kom terug. Het sneeuwt hier. In december moet je niet exotisch doen in Thailand. Dan moet je thuisblijven. Het liefst zo dicht mogelijk bij de verwarming. Ik schrijf een woord op het papier. Troost.
Mensen lopen snel en ineengedoken voorbij. Ze kijken ernstig, want ze zijn bezig met bikkelen. Mooi vind ik dat. Kou doet voelen dat je bestaat. Er valt iets te overleven. Ver voorbij de comfort. Want zonder dikke das red je het deze dagen niet. De kou bindt. Iedereen spreekt erover. Ze blazen en kuchen, slaan hun handen bibberend ineen. Het snakken naar een dampende drank is ongekend groot. Niets is zo prettig als de oprechte trek in warme chocolademelk. ‘Met slagroom?’ Hoe durven ze het te vragen.
Naast mij aan de leestafel zit een meisje. Ze schrijft kerstkaarten. Dat kan ook. ‘Zijn die kaarten van de Hema?’ Ik moet het weten. ‘Ja,’ zegt ze verbaasd. Ik schaam me. Nu lijkt het alsof ik het hele assortiment van de Hema ken. Of een expert ben op het gebied van kerstkaarten.
De kaarten herinneren mij aan het gesprekje dat ik gisteren opving. Zegt een vrouw tegen een andere vrouw: ‘We hebben dit jaar afgesproken in de familie dat we geen kerstkaarten doen!’
Vreselijk vind ik dat. Zo’n principe afspraak in de familie. Ik geen kaart, jij geen kaart. Oog om oog, tand om tand. Dat lijkt me nou net niet de bedoeling van het hele kerstfeest. Zo stuur ik al jaren een kerstgroet naar de familie Roos. Nog nooit een kaartje terug gehad.
‘Ik stuur een algemene kerstmail’, bekent een vrouw aan de leestafel. Een gewaagde uitspraak in mijn gezelschap. ‘Nee, dat meen je niet!’ zeg ik dan ook.’ De mail onder de kerstkaarten is de diepvriespizza onder de kerstdiners. ‘Tja,’ zegt ze,’ gewoon geen tijd.’
Mijn kerstgedachte wordt ter plekke helder. Ik ga kaarten knutselen. Gewoon met karton, stof en lijm. En ik doe net alsof ik er tijd voor heb.