Schoonmakers aller landen, verenigt u!
Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband


Vier jaar is mijn neefje nu en hij vertikt het om zwembandjes te dragen in het peuterbad. Mokkend zit hij op het droge. Uit pedagogisch oogpunt ben ik het niet met hem eens. Hij beschikt nog niet over de benodigde vaardigheden om zonder hulpstukken het krachtenspel met het water geheel risicoloos aan te kunnen gaan. Oftewel: hij kan niet zwemmen. De bandjes houden hem drijvende en ik heb liever een drijvend neefje dan een verdronken exemplaar. Zo simpel is het.
Toen ik gisteren dan ook behoorlijk ‘coole’, knalrode zwembandjes in de schappen van mijn favoriete kringloopwinkel zag liggen, aarzelde ik geen seconde, schafte deze aan, verpakte ze in gekleurd papier, voegde een ansichtkaart van Kabouter Plop toe met daarop de motiverende tekst: ‘Speciaal voor jou: Supersonische zwembandjes om de blits te maken in het peuterbad!’
Maar mijn neefje, niet gespeend van een flinke dosis inzichtelijk vermogen, doorzag mijn bedoeling en weigerde op obstinate wijze de plastic hulpstukken met de rebellerende woorden: ‘Die doe ik echt nie om.’ Zelfs het tegenargument: ‘Dan verdrink je’ deerde hem niet. Hij ziet de mogelijkheid tot verdrinking met fatale afloop niet als realistische optie in een badje waarin het water slechts veertig centimeter hoog staat en dat omringd wordt door tientallen ouders. Redding is immers altijd nabij.
Onpedagogisch gezien moet ik hem dus gelijk geven. Zwembandjes dragen in een bad waarin het water tot aan je kuiten reikt, is zinloos. Het is als een fietshelm dragen op de Oude Hengeloseweg in Borne. Dat is ook niet nodig.
Wat mij het meest fascineert is de oorzaak van zijn afwijzende houding jegens de opblaasbare accessoires. Zijn de bandjes een aanslag op zijn bewegingsvrijheid? Of zou hij behept zijn met gevoelens van schaamte? Dit laatste lijkt mij het meest waarschijnlijke. Hij heeft ergens voorvoeld dat zwembandjes als een soort slappe spierbalsurrogaten tornen aan zijn mannelijke status. Een meisje van zes heeft er een minachtende blik opgeworpen. Hij voelde terstond zijn aanzien zakken en besloot: liever dood dan dit.
Ik wil tegen mijn neefje zeggen dat die zwembandjes inderdaad het summum van achterlijkheid zijn, en dat ik als kind ook gevoelig was voor imagoschade. Dat ik me kapot geneerde als mijn moeder tijdens m’n verjaardag op school kwam met een schaal vol blokjes traktatiekaas waaruit Nederlandse vlaggetjes staken. Met kaas maak je niet de blits. Maar ja…blits of niet, te allen tijde heb ik graag een drijvend neefje.