Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Ik ben in de buurtwinkel om even een krantje te kopen. Op de balie staat een kartonnen bordje met de tekst: ‘Sorry, ik ben er niet, 3 minuten!’ Ik kijk om me heen. Midden in de zaak staat een kleine man met zijn ogen dicht op een Perzisch tapijtje, gebarend met zijn handen, hoogstwaarschijnlijk richting Mekka.
Omdat ik het te banaal vind om gedurende zijn gebed te gaan bladeren in een Libelle of een Nieuwe Revu uit het tijdschriftenrek, besluit ik zijn voorbeeld te volgen en deze 3 minuten te gebruiken voor eigen bezinning! Ik sluit mijn ogen, haal rustig adem, en ontspan.
‘Hallo!’, zegt de man ineens. Ik schrik en draai me om. Hij is zijn kleedje aan het opvouwen en legt het op de vrieskist voor de ijsjes. ‘Sorry!’, zegt hij. ‘Het maakt niet uit.’, zeg ik.
Ik leg de krant op de toonbank. ‘Bedankt voor het wachten!’, zegt de man. ‘Graag gedaan!’, zeg ik. Ik wil hem laten weten, dat ik zo’n simpel gebedje op zo’n kleedje eigenlijk wel waardeer. Dat ik als Nederlander met mijn jachtige bestaan, nog iets kan leren van het idee om 5 keer per dag met het gezicht naar Mekka, of in mijn geval naar de Theresiakerk in Borne even stil te staan bij alles! Maar ik zeg niks.
‘Sorry!’ zegt hij nog een keer.
‘Geeft niet!’, zeg ik. Ik wil een gesprek, maar weet niet hoe te beginnen.
‘Voelt u zich nu anders, rustiger misschien, dan voor het bidden?’, vraag ik tenslotte.
‘Ja’, antwoordt de man, en ik maak uit zijn beleefde glimlach op, dat hij niet openhartiger over zijn religieuze ervaring zal worden dat dit.
Ik wil graag weten wat er door hem heen ging, terwijl hij bad. Ik wil graag weten of het een verplicht nummertje was, zoals vroeger bij ons thuis voor het avondeten het ‘Onze Vader’. Ik wil graag weten of hij inspiratie had gevoeld, net als ik vanochtend, toen ik een stofzuigerslangdans deed en dacht: ‘Dit is verdorie kunst!’ Maar ik krijg het idee dat ik niet in staat was om in dialoog met deze man te komen.
‘Sorry!’, zegt hij voor de derde keer.
‘Het geeft niet!’, zeg ik, ditmaal met mijn allerbeste glimlach.
Ik wil hem nog bedanken voor deze bijzondere ervaring, maar zeg: ‘Tot ziens!’
Misschien moet ik morgen op hetzelfde tijdstip terugkomen, bedenk ik me….met een kleedje onder mijn arm.