Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Het Hongaarse meisje op het danskamp was oogverblindend mooi. Je merkte het vooral aan de mannen. Die reageerden nogal op haar (of juist niet, omdat ze niet durfden).
Ze heette Noëmi en ze had wel iets van Yolanthe Cabau van Casbergen. Dit wilde ik haar vertellen. Ik wist alleen niet hoe. ‘Je lijkt op een Nederlandse actrice’, dekte niet helemaal de lading. Yolanthe is voor mij niet een actrice. Zij is eerder het voorbeeld van een jonge vrouw, die dankzij het uitstralen van een flink portie sex-appeal zichzelf in de kijkers heeft gezet. Maar om nou tegen een onschuldig Hongaars meisje te zeggen: ‘Jij lijkt op een Nederlandse vrouw, die dankzij haar zwoele blik en prominente borsten tot ster is verheven’, vond ik dubieus. ‘Je lijkt op een Nederlandse vrouw die door het mannenblad FHM uitverkozen is tot de meest sexy vrouw’, klonk evenzo twijfelachtig.
Tenslotte was Noëmi hier gekomen voor de Hongaarse volksdans, droeg ze kuise rokken en een kruisje om haar hals. Ze leek me niet het type dat zich wilde inlaten met ‘mokkel’-achtige praktijken.
Toch zat mijn mededeling ‘Je lijkt op Yolanthe’ zo weerbarstig in mijn hoofd, dat ik er niet onderuit kwam deze te uiten. Ik had inmiddels een aantal gezellige gesprekjes over haar aankomende studiereis naar Rome en haar volksdanspassie gevoerd, dat ik wel een potje kon breken. We mochten elkaar. Dat was duidelijk.
Zo kwam na een tijdje op weloverwogen wijze het hoge woord eruit. ‘You look like a Dutch girl, who is famous because of her enormous beauty!’ Ik vond dat ik de boodschap best complimenteus geformuleerd had. Noëmi reageerde verblijd, waaruit bleek dat ook de grootste schoonheden onder ons af en toe een vleiend steuntje in de rug kunnen gebruiken. ‘Come’, zei ik, I’ll google her!’
Met behulp van een draadloos netwerk en een laptop van een Hongaarse jongen, die het plan wel zag zitten, staarden we even laten naar internetafbeeldingen van Yolanthe. Noëmi giechelde zenuwachtig. Ze wist zich geen raad met al die foto’s van Yolanthe halfbloot op bed of tegen een boom. Ondertussen vermaakte de Hongaarse jongen zich prima. Ik voelde me tamelijk opgelaten en bleef maar herhalen: ‘But Noëmi, you are more beautiful, I mean, more natural.’
Diezelfde avond nam ik een oude spreuk, die vroeger ingelijst bij ons in de keuken hing, opnieuw ter overweging: ‘Weet wat je zegt, maar zeg niet alles wat je weet!’