Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Buiten scheen de zon, en ik dacht: ‘Kom laat ik de koran eens aanschaffen!’
Ze stonden in pocketeditie op de balie van een boekenwinkel naast een stapel rijmpjesboeken met tekeningen van Marjolein Bastin. Onze Geert zou gezegd hebben: ‘Zie hier, het goed en het kwaad staan naast elkaar.’ Ik dacht daar anders over. Ik vond het een vredig beeld: de tekeningen van de Hollandse broedvogels liggen in harmonieuze stilte naast de oosterse Soera’s.
‘Ik vind het er helemaal geen weer voor’, zei ik tegen de verkoopster,’maar ik zou nu best wel zo’n ‘korantje’ willen kopen!’ Ik wist ook niet precies wat ik met deze opmerking bedoelde. Alsof je pas een koran mag aanschaffen als het buiten dondert.
‘Ze verkopen anders goed!’, zei de vrouw. ‘Iedereen is tegenwoordig nieuwsgierig naar wat er in staat. Ze willen het met hun eigen ogen lezen.’ Leuk, dacht ik, wat Fitna dan uiteindelijk teweegbrengt. In plaats van verscheurd te worden, vindt het islamitische handboek gretig aftrek.
Ik bladerde er vluchtig in. ‘Leid ons op het rechte pad’ las ik in hoofdstuk één. Dat kan nooit kwaad, dacht ik, eens kijken wat Allah daarover te zeggen heeft. ‘Doet u me er maar eentje!’ zei ik.
Thuisgekomen ben ik er met een kopje thee naast me meteen in gaan lezen. Net zoals met de bijbel bleef na elke strofe steevast de vraag hangen: ‘Wat bedoelen ze hier nu eigenlijk mee?’ Dat van die appel en het paradijs stond er trouwens ook in. Alleen kreeg Eva niet de schuld. Dat vond ik als vrouw wel prettig. Eva werd überhaupt niet genoemd. Dat vond ik dan weer minder prettig.
In hoofdstuk twee werd het verhaaltje behoorlijk ongezellig. Allah zou het hart van de ongelovigen verzegelen. Hen wachtte een pijnlijke straf. Ook stond er iets geschreven over een bliksemlicht dat de ongelovigen het gezichtsvermogen zou ontnemen. Ze brengen het inderdaad wat onvriendelijk aan de man (en vrouw), dacht ik. Ze hadden destijds vast en zeker nog niet van public relations gehoord. Het zij ze vergeven. Misschien bedoelden ze te zeggen: ‘Als je echt nérgens in gelooft, kan het soms behoorlijk duister voor je ogen worden!’ Dat is ook wel een beetje zo, dacht ik.
En of je het nu Allah noemt, of liefde, of God, of de appeltaart van oma. Wat maakt het uit? Dat stond er niet in. Maar ja, dat geloof ik dan weer.