Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Zondagavond, Willem Wilmink Festival in het Muziekkwartier te Enschede. Nietsvermoedend stap ik een lift in. ‘Hoi,’ zegt een man tegen me. Hij heeft een vriendelijke stem en is op weg naar een verdieping hoger. ‘Hallo’, mompel ik, in gedachten verzonken. Dan ineens zie ik het. Het is Herman Finkers. ‘Och, ben jij het,’ stamel ik, ‘ik had je niet meteen herkend.’ Over deze woorden schaam ik me.
Ze komen totaal niet overeen met mijn ware gevoel. Liever was ik ‘m, als blijk van grote waardering, om de hals gevlogen. Graag had ik me ter plekke aan z’n voeten gevlijd: ‘Oh, Herman, oh, Herman, wat vin’k oe toch ‘n fantastisch man!’ Maar waarschijnlijk had hij dan geantwoord: ‘Oh, joa?’
Finkers laat zich niet graag op een voetstuk zetten. Hij vereert liever Maria dan dat hij zelf verheerlijkt wordt. Hij heeft geen eigen glossy en vooralsnog ook nog geen eigen badkledinglijn. Er is hooguit een fuchsia naar hem vernoemd. Een aardappelsoort zou hij waarschijnlijk ook nog accepteren. De zogenaamde Finkers Tuffel. Maar daor is’t met kloar.
Als er één artiest trouw gebleven is aan zichzelf dan is hij het wel. Nooit heeft hij zich voor het sensatiewagentje van de media laten spannen. Als hij te gast is bij de Wereld Draait Door verbleekt het ego van Matthijs van Nieuwkerken ter plekke. Finkers is de man van het woord. Dat hoeft dan niet zonodig het laatste of het hoogste te zijn.
Finkers is Finkers. Afgelopen zondagavond liep hij niet zwalkend achter de coulissen met een glas whiskey in z’n hand ‘the Godfather of Cabaret’ uit te hangen. Ook strooide hij niet als een bezetene z’n complete ziel en zaligheid over de pianotoetsen uit. ‘Want ach,’t leam’ döt mangs wa zeer, maar om d’r zo’n drama van te maak’n elke keer…’.
Nee, Finkers staat daar gewoon, zoals hij waarschijnlijk ook bij de bushalte had gestaan, of bij de bakker. Zo gewoon staat hij daar, dat ik denk: hij had net zo goed een oom van me kunnen zijn!? ‘Kom je een keertje naar mijn voorstelling kijken, Herman?’, durf ik dan ook te vragen. ‘Heel graag’, antwoordt hij.
Als hij even later ‘Heftan tattat’ van Wilmink vertolkt op de piano is hij de koning van de timing en de held van de eenvoud. Een geweldig applaus. Ze houden van hem. Hij is zo bijzonder menselijk gewoon. Je zou bijna denken dat ie bovenmenselijk is.