Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


‘Weet jij waar de sushi’s staan?’ vraag ik aan een Marokkaanse medewerkster in de Albert Heyn te Hilversum. ‘Die met slagroom?’ vraagt ze. ‘Nee, ik bedoel niet ‘soesjes’ maar ‘sushi’. Ze kijkt me moeilijk aan. ‘Susssi?!’ herhaalt ze langzaam. ‘Ja’, licht ik toe, ‘dat zijn Japanse zeewierrolletjes gevuld met rijst en vis.’
Ik vind het vrij absurd dat ik als geboren Tukker in hartje Hilversum aan een Marokkaans meisje een Japans gerecht sta uit te leggen. Was Wilders maar hier, denk ik, dan kon die man ook eens lachen. Want het is als buikdansen op klompen, klootschieten met negers en boerenkool met geroosterde sprinkhanen: wanneer verschillende culturen samenkomen, levert dat niet slechts bikkelharde conflicten, maar ook vaak wonderlijke verschijningen op.
Zo heb ik ooit op een Oktoberfest in Singapore dronken Chinezen in Deutsche Lederhosen gezien. Met enorme bierpullen en braadworsten zaten ze lachend en lallend aan lange tafels. Nog nooit eerder had ik een Chinees zo op zo’n Beierse wijze uit z’n dak zien gaan. Het was een zeldzame vertoning.
Ik ben zo’n multiculturalist van de oude stempel. In de jaren negentig bezocht ik gretig de open dagen van het plaatselijke asielzoekerscentrum. Daar kon ik ongedwongen Ghanees trommelen, Somalische hapjes eten en mooie, Perzische mannen gadeslaan. Ik gaf aerobicsles aan gesluierde moslima’s. Alles zou goed komen met de integratie. Ik ben zelf immers ook een goed voorbeeld van Twentse wortels met wat randstedelijke inmenging.
Helaas kon het culturele harmoniemodel niet zegevieren. Verschillen werden benadrukt, tegenstellingen aangekaart, problemen geschetst, confrontaties gezocht, spanningen benoemd. De zogenaamde onderbuik had het hoogste woord. De racist, die in ieder schuilt, beriep zich op het recht van vrije meningsuiting. De hoofddoek werd de handdoek in de ring. De politiek stond met lege handen en Wilders pikte graag een graantje mee Daar viel niet Ghanees tegen op te trommelen.
En nu lijkt het geloof in een vreedzame multiculturele samenleving nog slechts voorbehouden aan een handjevol idealistische ‘naïevo’s’. Mensen die steevast blijven beweren, dat couscous met appelmoes het proberen waard is! Ik schaar mij onder deze groep.
Misschien is het ijdele hoop. Maar ik zie ineens die historische optocht rondom het 800-jarig bestaan van Borne weer voor me. Dat was in 2006. Toen kwam daar tussen de ambachtelijke paard en wagens een spetterende Congolese fanfareband voorbij, in geelgroene uniformen. Contrasten kunnen vervreemdend vrolijk zijn.
Ik blijf zoeken naar bewijzen. Vreemde eenden bijten niet.