Stille kracht
A.S
Valt er nog wat te twisten hier?
In plaats van vrede
Rebel
Nationaaltje


Boem! Dat was mijn auto. Of, ik bedoel, het was een andere auto op mijn auto. Tegen de achterbumper. Ik draaide me om. De situatie werd direct duidelijk. Ik was de enige echte koploper van een kettingbotsing. Vooraan dus. In principe de meest gunstige plek. De auto achter me was ‘gesandwiched’. Maar toch. Daar sta je dan op de linkerrijstrook van de A27. Na een half uur file wil je tempo en geen blikschade.
Ik belde 112. Niet dat er doden waren, maar je weet maar nooit. De agenten waren snel ter plekke. We verplaatsten onze ‘wrakken’ met gevaar voor eigen leven naar de vluchtstrook. Daarna werden we vriendelijk uitgenodigd om plaats te nemen in het busje. Zo konden we onze schadeformulieren in vrede invullen. Het was voor mij de eerste keer in een politiebusje. En ik moet zeggen: het was voor herhaling vatbaar. Het enige wat er nog aan ontbrak was een bakje pinda’s.
De politiemannen waren bijzonder aardig. Eentje vroeg zelfs nog naar de herkomst van mijn straatnaam. ‘Het is een middeleeuws theaterstuk!’ legde ik uit. Bijna ging ik over tot: ‘Aan het hof van Damascus leefde eens een koning. Op een dag droomde hij…’ Maar we stonden nog altijd op de A27. Voor Middelnederlandse sprookjes was geen tijd. Sterker nog, de agenten zaten eigenlijk middenin een klopjacht op een gestolen Saab, vertelden ze.
’Het kan zijn dat we plotseling wegscheuren, zei de oudste, dan moeten jullie helaas allemaal mee! Het was een grapje. Dat vond ik jammer. Ik had wel zin om klop te jagen met een stel kettingbotsers in een busje.
Na een kwartier was het zaakje gepiept. Ik had m’n papieren ingevuld en kon met frisse moed de eindeloze file weer in. ‘Daag’ zei ik verheugd tegen alle betrokkenen alsof we net een teamuitje hadden gehad op de outdoor kartbaan. ‘Daag!’ zeiden ze in koor. De stemming zat er goed in. Ik zei nog net niet: ‘Het was me een waar genoegen!’ Maar het scheelde niet veel.
De volgende ochtend werd ik gebeld door de ‘gesandwichte’ mevrouw. ‘Hoe is het?’ vroeg ze. ‘Goed’, antwoordde ik. ‘En met u?’ ‘Ook goed’, antwoordde ze. We wisselden wat anekdotes uit, totdat ze zei: ‘Leuk je ontmoet te hebben!’ ‘Dat is wederzijds!’, antwoordde ik spontaan. Ik zei nog net niet; ‘ik hoop u weer eens tegen te komen op m’n achterbumper!’ Maar het scheelde niet veel.