Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Het is elf uur ’s avonds. Ik heb vier uur lang aaneengesloten accordeon gespeeld en mijn maag knort. Geen fatsoenlijke aardappel in huis. Alleen enkele shoarmatenten en patatzaken zijn nog geopend.
Zodoende loop ik door het donker de binnenstad in op zoek naar vullend voer. Wat een leven! Was ik maar moeder! Als je kind huilt van de honger, stop je wel met je walsjes en je polka’s. Je natuurlijke drift drijft je de keuken in. Mijn moederinstinct staat momenteel op een laag pitje. Voor mij dus geen fornuis.
Gisteren was het een zakje patat, dat de honger stilde. Het was weliswaar gefrituurd in verantwoorde olie met vijfenzestig procent onverzadigde vetzuren, maar toch. Liet iemand haar moederinstinct maar over mij uitgaan: ‘Meid, je moet eens vaker aan de bloemkool! Maar als je de dertig gepasseerd bent, moet je jezelf met dat soort wijsheden toespreken. Uit mij ontspruiten slechts spreuken als: Ik speel graag wat liedjes, en ga dan aan de frietjes.
In de shoarmatent ben ik in mijn rode jasje en laarsjes de enige vrouw. Een Egyptische man snijdt het schapenvlees van het spit. Ik bestel een broodje fallafel en neem plaats aan een tafeltje met een goudkleurig tafelkleed. Het broodje wordt geserveerd. Het valt tegen. Het knoflooksausje vertrouw ik niet. ‘Hij heeft erin gespuugd’, denk ik argwanend. Zou ik deze onvriendelijke gedachte ook gehad hebben als ik nu bij mijn moeder bloemkool at? Waarschijnlijk niet. Mijn moeder spuugt niet.Vol smetvrees werk ik het broodje naar binnen.
Nergens proef ik een moederinstinct. Wel een heleboel andere. In de hoek zitten twee blonde mannen in lichtgrijze pakken. Ze zien eruit alsof ze een uit de hand gelopen zakenborrel hebben gehad. De weg naar huis, vrouw en kind durven ze nog niet te maken. In een razend tempo happen ze bergen met vlees weg. Ondertussen volgen ze de beelden op het tv’tje aan de wand. ‘Hé meisje!’ bralt de dikste van de twee. De aardappel die ik op mijn bord had gewenst, draagt hij in zijn keel. Ik kijk op. Hij wil graag iets zeggen, maar het ontbreekt hem aan verdere tekst.
Het tv’tje toont een voetbalreportage. Louis van Gaal spreekt. Wat me opvalt, is de enorme gedrevenheid van deze man…en zijn hoofd. “Hij lijkt op een varkentje”, denk ik. Zou ik deze onvriendelijke gedachte ook gehad hebben als ik nu bij mijn moeder bloemkool at?
Waarschijnlijk wel.