Kerstgevoel
De zwarte prins
Waarom is een kikker?
Noabers
Gênant met zwemband
Oer!!


Een heleboel dingen in een mensenleven zijn erg. Dode egeltjes zijn erg. Aambeien zijn erg. Oorlog is nog erger. Maar het allerergste is: je sleutels verliezen. Dat je met koude handen midden in de nacht voor een dichte deur of auto staat. Misschien kent u het fenomeen. Ik ben zeer ervaringsdeskundig op dit gebied. Menig sleutel maakte zich van mij los en ligt momenteel eenzaam weg te roesten in de open natuur. Een mens zou hiervan moeten leren en voorzorgsmaatregelen moeten treffen. Het is onbegonnen werk; tegen sleutelverlies is geen enkele preventie opgewassen.
Eens een sleutelverliezer altijd een sleutelverliezer. Ik geloof zelfs dat het genetisch bepaald is. Mijn vader en mijn broertje hebben in hun leven ook al meerdere malen machteloos voor gesloten deuren gestaan. Wij komen uit een oud geslacht van voorvaderen die geleden hebben aan allerlei vormen van totale sleutelloosheid.
Vandaag was het weer raak. Mijn huissleutel was zoek, binnenshuis nog wel. En niet zomaar een beetje zoek; hij was extreem zoek. Hij was zo ontzettend zoek, dat ik ‘m nu nog niet gevonden heb. Dat is een behoorlijke prestatie omdat ik nogal klein en redelijk opgeruimd woon. Veel geheime plekken voor verscholen sleutels zijn er niet.
Toch ben ik al bijna twee uur op zoek. Ik kijk van de beschuitbus, de oven, de sokkenmand, de wasmachine tot in de stortbak van het toilet, terwijl ik de mantra ‘Heilige Antonius beste vrind, zorg dat ik mijn sleutel vind’ hoopvol herhaal. Tevergeefs, het blijft ergerlijk stil daarboven. Ik wil de koelkast een trap verkopen. Aaaarrggghhh. Alles wat ik niet zoek, vind ik en alles wat ik niet vind, zoek ik.
Ondertussen probeer ik de deplorabele toestand van enige spirituele betekenis te voorzien. ‘Het verliezen van je sleutel is een waarschuwing uit de kosmos. Het betekent dat je de grenzen van je eigen domein beter moet bewaken. Meteen vraag ik mezelf af: Zou Wilders nooit zijn sleutels kwijtraken dan?
De paranoia slaat langzaam toe. ‘Het is die vriendelijke buurthuismeester. Hij heeft de sleutel vanochtend gejat om ‘m door te verkopen aan z’n neefjes. Binnenkort staan ze in blauwe bivakmutsjes in mijn slaapkamer en nemen al mijn boeken mee.
Aan het eind van de middag voel ik in de zakken van mijn badjas. Daar rinkelt iets. De vreugde die dan vrij komt, kan ik mijn eentje niet verdragen. Ik wil een lotgenotengroep van Anonieme Sleutelverliezers. Wie meldt zich aan?